Caja Cazemier | Wendbaarheid & Pubertijd

Inleiding Dag van de Coaching | 25 maart 2017

logo_caja_cazemier

Het is een hele eer dat ik deze dag mag openen. Wendbaarheid is het thema van vandaag. En aangezien ik met pubers werk, is mijn eerste associatie met dit woord verandering. Synoniemen van wendbaarheid zijn draaiing, wenteling, ommekeer. Maar ik denk ook onmiddellijk aan je kunnen aanpassen, een ingeslagen weg verlaten, een nieuwe weg inslaan, fouten herstellen, oplossingen of antwoorden zoeken, experimenteren. Wat een mooi thema!

Ik ben schrijfster van jeugdboeken, fictie en non-fictie, ik heb 44 titels geschreven. Dit jaar ben ik 25 jaar schrijfster. In 2008 won ik de Prijs van de Jonge Jury en sindsdien kregen mijn verscheidene nominaties. Ik schrijf over de leefwereld van jongeren, al mijn verhalen gaan in feite over de puberteit gethematiseerd. Daarnaast ben ik jongerencoach.

[Fragment uit Sky is the limit voorlezen]

IMG_20170325_205704_341

In dit boek kan Sky heel slecht omgaan met de verhuizing, met verandering dus. Maar uiteindelijk vindt zij een weg, verandert ze mee. Verandering waar ze niet zelf voor heeft gekozen.

  1. Pubers en verandering: dat zijn bijna synoniemen. Welke veranderingen zijn dat? En hoe gaan ze daarmee om? Hoe wendbaar zijn pubers eigenlijk?
  2. En dan de volwassenen om hen heen: hoe wendbaar zijn zij? Hoe reageer je als ouders en opvoeders? Houd je vast of laat je los? Blijf je consequent of buig je mee?
  3. En hoe blijf je in gesprek met jonge mensen?

Daar wil ik graag iets over zeggen.

1.

Onder invloed van hormonen verandert er van alles aan het kind dat een puber wordt:

  • de biologische veranderingen (zijn lijf verandert, de groeispurt, de groei van de hersenen, vorming seksualiteit)
  • zijn identiteit: wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik? En ook sociale identiteit.
  • en daarmee samenhangend zijn zelfbeeld. Een kind moet mee in wat die hormonen inzetten: een meisje moet een vrouw worden, jongen een man, hun seksualiteit ontdekken, en jonge mensen moeten dat integreren in hun zelfbeeld.
  • Dit alles beïnvloedt zijn gedrag, zijn humeur.

Dan is er ook nog als ontwikkelingstaak het autonoom worden, dus uit het veilige nest stappen. Je losmaken van de ouders. En uiteindelijk het op zich nemen van een maatschappelijke taak. Een behoorlijk pittige klus alles bij elkaar: hoe zwaar valt ze dat? Hoe wendbaar zijn ze daarin? We weten allemaal dat jonge mensen:

  • Experimenteren met gedrag.
  • Grenzen opzoeken. En je kunt pas weten waar jouw grens ligt als je er overheen bent gegaan. Dit impliceert dat er soms dingen mis gaan, maar daar leren ze weer van.

Dopamine. Er is een gebiedje in de hersenen dat ook wel pleziercentrum of beloningscentrum wordt genoemd, daar wordt dat stofje aangemaakt. Zorgt voor een prettig gevoel. Als het vrijkomt, beloont het bepaald gedrag (bijvoorbeeld seks of eten) met positieve gevoelens. Het beloningscentrum is overactief tijdens de puberteit.Functie: om op eigen benen te moeten staan en de wereld te gaan verkennen is moed nodig, en je moet risico’s durven nemen.

Het is belangrijk dat jongeren de ruimte krijgen om te experimenteren, als zij vroegtijdig volwassen taken krijgen, kunnen allerlei ontplooiingsmogelijkheden niet worden verkend. Jonge mensen proberen dan niet zelf uit wat hun eigen mogelijkheden en wensen zijn, maar ze conformeren zich aan de verwachtingen van de omgeving. Hun eigen identiteit kan hierdoor in het gedrang komen en dit veroorzaakt vaak een identiteitscrisis in hun latere leven. (In de adolescentiepsychologie heet dit: foreclosure)

Goed om te weten:

  • Dopamine geeft aanzet om iets te ondernemen. Je wordt alerter en actiever, maar het maakt ook dat je meer risico’s neemt. Hier zijn pubers gevoelig voor, én ze hebben weinig zelfcontrole: dus doen ze ‘gevaarlijke’ dingen als joy-rijden of blowen en zoeken ze steeds weer die kick op.
  • Met de meeste pubers komt het goed, zo’n 80 procent vond (een aantal jaren geleden) dat ze goed zijn opgevoed.
  • Het zich ontwikkelende puberbrein heeft ook zijn goede kanten: jongeren tussen 15 en 25 jaar kunnen enorm uitblinken, ze zijn vele malen creatiever, idealistischer en vindingrijker dan wij. Hersengebieden die belangrijk hiervoor zijn, maar ook gebieden die gebruikt worden bij muzikaliteit, sport en maatschappelijke betrokkenheid zijn als laatste aan de beurt om te reorganiseren. In combinatie met de nog niet volledig gerijpte frontale cortex zijn pubers in staat buiten de geijkte paden te denken.

In de eerste periode van de puberteit trekken pubers zich geestelijk en emotioneel terug van hun ouders. Ze hebben hun ouders weliswaar nog nodig voor materiële en emotionele steun, maar ze beginnen actief hun ouders uit te leven te weren. Je bent als ouder niet meer één van de belangrijkste personen in hun leven. Dat is een proces dat waarschijnlijk door alle partijen als pijnlijk wordt ervaren, maar toch eigenlijk volkomen normaal is. Het vraagt wel iets van beiden: misschien ook wel een zekere wendbaarheid.

En dan die ouders…

2.

De puberteit is misschien wel lastiger voor ouders dan voor pubers. Van ouders wordt een wezenlijke verandering gevraagd. Ook zij moeten werken aan een nieuw zelfbeeld! Ouders moeten zich ook losmaken van hun kinderen!

Voorbeeld: moeder die roept: “Mijn zoon (8) is mijn alles!” Het zou niet best zijn als ik dat nu (met drie volwassen zoons) zou roepen. Of iemand van jullie misschien die ouder van een puber is?

Ouders moeten zichzelf net zo goed opnieuw uitvinden. Hoe wendbaar ben je nog op die leeftijd en in hoeverre ben je bereid om hierin soepel te zijn?

Ik denk dat dat afhangt van je persoonlijkheid, maar ook van de heftigheid van alle emoties thuis. Opvoeden doe je tot het 12e jaar, daarna is het meer een kwestie van coachen. Ga niet overal bovenop zitten, benoem eens goed gedrag in plaats van wat je niet zint.

Voorbeeld: ‘Wat heerlijk dat je je sportkleren hebt opgeruimd, dan hoef ik er niet meer om te zeuren.’

Aan de ene kant is het goed om pubers ruimte te geven (loslaten!) maar tegelijkertijd zul je grenzen moeten stellen (vasthouden). Ouders bieden steun door regels te geven en geven tegelijkertijd de mogelijkheid voor pubers zich af te zetten. Dat moet ook, want jonge mensen moeten hun eigen normen en waarden en verantwoordelijkheden ontdekken.

Als je teveel toegeeft, wijken de grenzen. Pubers gaan steeds verder, en gemakkelijk te ver. Maar al te streng is ook niet goed. Je kunt niet alles verbieden ook daarin zul je keuzes moeten maken. Jongeren die stiekem doen, zijn onbeschermd, en dat wil je ook niet. Geen verbod zonder meer, maar bespreken! Zeg/wijs hen op de consequenties.

Het kan wel heel pijnlijk zijn, pubers die tegen alles ingaan wat jij belangrijk vindt. Onthoud maar dat de meeste jongeren uiteindelijk terugkomen bij wat jij hebt geïnvesteerd. Je krijgt ook mooie dingen terug: die ellenboog die op je schouder leunt, de discussies over politiek of maatschappelijke gebeurtenissen, je kind wordt een volwassen mens.

Ik gun iedere ouder de soepelheid hun opgroeiende kinderen op gepaste afstand te kunnen volgen. Stimuleer hen, geef ze het vertrouwen dat ze het wel kunnen, en als ze toch domme dingen doen… dat je heus van ze blijft houden. En blijf zeggen: ‘Je mag altijd bij me komen. Jij bent degene die bepaalt of je iets wil vertellen.’ Tenslotte zijn ze mensen die moeten leren leven. Openheid en nieuwsgierigheid kan je veel opleveren.En loopt het niet zoals jij wilt: erken dat je je best doet, erken dat je intentie goed is.

3.

Hoe blijf je in gesprek met je puber?

Misschien ken je dat wanhopige gevoel als ouder of opvoeder als een kind niet luistert. Hoe lastig is het als je puber niet naar jou luistert? Maar goed luisteren begint bij jezelf. En luister dan ook echt. Stel je open voor wat je puber op dat moment nodig heeft. Dwaal in je hoofd niet af naar vorige keren of eerdere ergernissen; ga niet analyseren waarom je puber zich zo gedraagt… Probeer te achterhalen wat zijn gevoelens en behoeften zijn. Geef geen mening, geef geen oordeel (zeg dus niet: jij bent ook altijd zo impulsief!), kom niet direct met bezwaren, maar wees nieuwsgierig en stel vragen.

Wat bedoel je precies? Begrijp ik het goed…? Vertel eens wat meer? Dus je hebt je… (zus en zo) gevoeld? Zijn er nog andere manieren om hiermee om te gaan? Klopt het dat je me nu dit vraagt? Wil je nog iets zeggen?

Door eerst met je puber mee te gaan, zal deze zich gehoord en begrepen voelen. Dat is iets waar ieder mens behoefte aan heeft: werkelijk gehoord worden zonder veroordeeld te worden. Een goede luisteraar stimuleert degene die vertelt. Dit maakt het voor je puber gemakkelijker om daarna jou te volgen.

Tip: Wil je een gesprek met je puber voeren? Ga er niet speciaal voor zitten, en zeker niet pal tegenover elkaar. Kies een moment uit dat ongedwongen lijkt, en waarbij je náást elkaar bent. Bijvoorbeeld in de auto, als je de hond uitlaat, of tijdens het koken. Voor de meeste jongeren is het gemakkelijker communiceren als ze de ander niet recht aan hoeven te kijken. Haak aan bij de actualiteit. En houd het kort.

4.

Tot slot wil ik jullie het volgende meegeven. Bedenk eens wat voor jou het antwoord is op de vraag: “Wat had jij als kind het liefst van je ouders gekregen?”

Misschien ligt je antwoord in de buurt van erkenning: dat je gehoord en gezien werd, en gewaardeerd om wie je was, dat je geaccepteerd werd en dat er van je gehouden werd zoals je was. Als je zelf ouder bent, kun je jezelf de vraag stellen: “Wat wil je het liefst aan je zoon/dochter meegeven?” Of aan de coachee of aan de jongere die je beroepsmatig begeleidt.

Ik wil hem/haar kennen, ik wil open en zonder oordeel naar hem luisteren, ik wil hem zien en van hem houden zoals hij is, ik wil er voor hem zijn.

Is dat misschien wendbaarheid?

Caja Cazemier | 25 maart 2017