Ja ja . . . verbinden!

ja-ja-verbinden

Het is me nu wel duidelijk uit alle kerstboodschappen dit jaar: het gaat om verbinden. Ik moet tegenstellingen kunnen overbruggen. Als het ergens wrijft tussen vrome gedachte en realiteit, dan wel hier. Als er ergens een concrete handleiding nodig is, dan wel hier. Hoe doe je dat in een samenleving met zo’n polariserende tendens? Het is de tijd van de harde waarheid, van de ontmaskering, van de schokkende beelden, ook deze week weer. Het gaat om afstand nemen en duidelijk maken waar je voor staat. Het is vooral de tijd van de simpele schema’s. Poetin is een boef, Hamas is gewetenloos. Erdogan, Trump, Wilders, ze roepen hun fanatieke tegenstanders vanzelf op. We maken karikaturen van elkaar. Zoeken naar wat verbindt……?

Sprookjes
De ellende begint er al mee dat concrete mensen in zulke eenvoudige sjablonen van goed en kwaad blijken te passen. Dat zou ons moeten bevreemden. Iets in mij verlangt nog naar de schurk en de held uit onze kindertijd, naar een overzichtelijke wereld. De Schurk en De Held waren rollen in onze sprookjes. Daarmee leerden we goed en kwaad te  onderscheiden. De oefenpoppen van onze kinderlijke verbeelding. De Boze Wolf en De Onschuldige Sneeuwwitje. Het was nooit de bedoeling dat ze echt bestonden. Net zo min als De Boze Witte Man. Hij zou zo in een modern sprookje passen. Eendimensionale ‘flat characters’. Volwassen worden betekent: de rol zien. Eigenlijk weten we wel dat de waarheid zelf in het geding is als er zulke eenvoudige schema’s gehanteerd worden. We worden geacht het verhaal complexer en daarmee echter te maken en onze behoefte om te oordelen en te classificeren te temperen.

Het is zorgelijk dat ook de moderne westerse media zo veel Schurk- en Heldsjablonen hanteren. We leren nooit iets over de concrete Erdogan of Poetin maar zij dienen om een oud mythisch verhaal op te voeren. Een verhaal over de zegevierende westerse democratie en haar boze duivelse vijanden in verre oorden, een oud verhaal over de verlossing van het kwaad. De goede held overwint en gelukkig staan wij aan de goede kant. Wij zijn een rustig en verstandig volk. De waarheid komt zomaar vanzelf onze kant oprollen. De rest wordt maar gehersenspoeld, beschikt niet over de juiste feiten.

En dan die westerse waarden…
Hoe weten wij dat eigenlijk? Hoe weten wij dat niet wíj gehersenspoeld worden? Via hoeveel kanalen komt het nieuws eigenlijk tot ons en hoeveel checks zitten daarin? Staat onze vrije nieuwsgaring niet ook enorm onder druk door steeds maar als eerste met het nieuws te moeten komen en met eenvoudige titels de slag om de aandacht van het grote publiek te winnen? Zijn we nog met waarheidsvinding bezig of zoeken we in al die haast alleen nog maar de feiten die ons verhaal bevestigen?

Ik denk dat onze westerse waarden niet worden bedreigd door verre dictators maar door onszelf. Langzaam maar zeker worden we in slaap gezongen door een massieve hoeveelheid informatie die dagelijks op ons afkomt. Dat leidt eerder tot nieuwsverslaving dan tot betere selecties in het nieuws. We kennen allemaal wel de kick van bepaalde berichtgevingen. Je wilt een bepaald bericht graag geloven. Je zegt braaf dat je nog wel even de feiten moet checken, wat je vervolgens vergeet. Het bericht past in ons wereldbeeld, onze interne schema’s van goed en kwaad. Dat wordt beloond door onze hersenen. Die schema’s zelf komen zelden meer ter sprake lijkt het.

De versleten dialoog?
Tegen al dat geweld van de polarisatie met zijn talkshows en snelle beelden doet de dialoog het niet zo best. De dialoog? Het lijkt zo’n versleten woord. Een hobby van oudere vrijwilligers die weeklagen over het egoïsme en de steeds harder wordende samenleving. Het is omgeven met softe beelden van lief zijn en luisteren naar elkaar. Ze heeft een tandeloze lievige uitstraling. De redacties van Pauw en De Wereld Draait Door kunnen er niets mee. Wie maakt de dialoog weer sexy? Wat kunnen we doen aan de kortademigheid van onze communicatie? Drie uiterst actuele kenmerken wil ik noemen:

1)  De dialoog gaat er vanuit dat de waarheid, als die al bestaat, complex is. Wij willen van nature reduceren. Hoe sneller we een theorie snappen, hoe meer deze kans maakt bij ons te scoren. Het liefst met kleine filmpjes, een paar overzichtelijke stellingen of iets wat je goed kunt onthouden. In de dialoog voeg je juist toe. Je zet naast elkaar. Je bevraagt. Je houdt het uit bij de diversiteit. Degene die het moeilijk maakt met een afwijkend standpunt wordt als verrijking ervaren. Simpel bestaat niet. Boven onze twitteraccounts zou de uitspraak van Nietzsche moeten staan: ‘Wie niet denkt zoals ik, die volge mij….’

2)  De dialoog gaat uit van een houding van niet-weten. Weten wordt in onze cultuur beloond, een duidelijke opinie geeft status. Niet weten wordt ontmoedigd. We leren op school niet ‘niet weten.’ In een dialoog leer je je eigen positie als kenner van de werkelijkheid echter relativeren. Je luisteren wordt ontvankelijker, breder, je stelt je oordeel uit.

3)  De dialoog maakt je eigenaar van je woorden. Het is persoonlijke communicatie. Gedachten zwerven niet rommelig en anoniem door Facebook. Ik weet altijd met wie ik praat. We kijken of jij het bent die dit zegt. Niet of je het hebt overgeschreven, geknipt, gedeeld, gekopieerd. We kikken en klikken niet op  sterke beelden maar delen iets mee over onszelf. Het woord wordt vlees, niet alleen met kerst maar in onze communicatie.

Er zijn meer oefenplaatsen nodig. Op die oefenplaatsen leer je i.p.v. snelle antwoorden weer echte vragen te stellen. Een echte vraag creëert verwarring. De verwarring van de intimiteit. De echte vraag is niet geïnteresseerd in ego-strijd en correct gedrag. De echte vraag heeft geen strategie, is niet van te voren bedacht. Ze kent geen interviewer en geïnterviewde maar hangt boven de tafel als een peertje dat licht geeft. In die lichtcirkel buig je de koppen naar elkaar toe. Er is tijd. Stilte. Een echt mens vertelt een echt verhaal.

Rien van der Zeijden | Rien van der Zeijden
Supervisor bij de Master Geestelijke Verzorging at Rijksuniversiteit Groningen